Nieuws
Organiserend vermogen 6 min read

Waarom de toeristische sector niet langer om transitie heen kan

Tijdens de CELTH Research Day nam Stefan Hartman (NHL Stenden/ETFI) de zaal mee in het Sprong-project Gastvrije Transities: een poging om de versnipperde transitie-opgaven in de gastvrijheidssector te bundelen tot een echte beweging.

Een sector met een dubbel gezicht

Hartman opende met een herkenbaar dilemma. Wie kijkt er niet uit naar de volgende vakantie? Tegelijk legde hij de vinger op de zere plek: hoe verder je reist, hoe groter je voetafdruk. Reizen levert inkomsten op voor bestemmingen en verrijkt mensen persoonlijk, maar diezelfde reizen veroorzaken CO2-uitstoot, afval en wegwerpmateriaal. Die spanning tussen economische waarde enerzijds en ecologische schade en sociale spanningen anderzijds vormen volgens hem de kern van waarom de sector in transitie moet.

Het probleem is niet dat we dat niet beseffen. Onderzoekers, ondernemers en beleidsmakers weten het allemaal wel. Het probleem is dat de capaciteit om er iets aan te doen versnipperd en beperkt is: te weinig tijd, te weinig financiering, te weinig verbinding tussen partijen die

“Er is een duidelijke roep om actie, we moeten vooruit. Maar de organiseercapaciteit is enorm versnipperd.”

Gastvrije Transities: een netwerk van koplopers

Om die versnippering tegen te gaan, is Gastvrije Transities opgezet als een vierjarig Sprong-project, met uitzicht op verlenging met nog eens vier jaar. Het project combineert een miljoen euro subsidie met een vergelijkbaar bedrag aan cofinanciering vanuit de sector, en verbindt zo'n vijfendertig organisaties met elkaar. Vier hogescholen werken samen en richten elk een regionale transitie-arena in met elk een eigen focus:

  • Klimaatneutraal: NHL Stenden Hogeschool
  • Brede welvaart: Breda University of Applied Sciences
  • Gezonde regio: HZ University of Applied Sciences
  • Regeneratief plekken: Inholland Hogeschool

Hartman benadrukte dat het project op twee niveaus tegelijk opereert. Aan de ene kant zoekt het team actief naar koplopers: ondernemers en initiatieven die al een andere koers varen, maar vastlopen door gebrek aan kennis, netwerk of slagkracht. Aan de andere kant probeert het project op nationaal niveau de juiste partijen aan tafel te krijgen om systemische verandering mogelijk te maken.

Transitie Arena's zijn ontmoetingsplaatsen voor pioniers. Hier komen koplopers samen om kennis te delen, de status quo te bevragen, te experimenteren en momentum op te bouwen. De arena's worden gefaciliteerd door het Sprong-team en zijn gericht op continu collectief leren en aanpassen.

Het Transitie Forum richt zich op het nationale systeemniveau: optimaal ontwerpen van de arena's zelf, kennisdeling tussen de verschillende initiatieven, en het versnellen van leereffecten die breed doorwerken in de sector.

Waarom koplopers vastlopen

Een van de scherpste observaties uit de presentatie ging over de ondernemers die het wél anders willen doen: andere verdienmodellen, focus op gemeenschap in plaats van volume, kleinschaliger toerisme. Die initiatieven hebben volgens Hartman vaak een sterk verhaal, maar lopen vaak vast in bestaande structuren. Financiering is lastig te krijgen, vergunningen en bestemmingsplannen werken tegen, en banken weten zich geen raad met risicobeoordeling van alternatieve eigendomsvormen. Het dominante systeem, zo legde hij uit, is niet ontworpen om deze koplopers te ondersteunen, en duwt ze daardoor regelmatig terug.

De X-curve als kompas

Om te laten zien hoe transitie kan werken, greep Hartman terug op de bekende X-curve van DRIFT: een model waarin een opkomende beweging van nieuwe experimenten geleidelijk aan kracht wint, terwijl het bestaande, dominante systeem afbouwt of zich aanpast. Transitie arena's zijn in dit model de plek waar die twee bewegingen elkaar raken. Daar worden veelbelovende experimenten geïdentificeerd, krijgen ze hulp bij het opstellen van een eigen agenda, wordt urgentie gecreëerd en worden nieuwe coalities gesmeed tussen partijen die elkaar nodig hebben. Het uiteindelijke doel is dat experimenten kunnen opschalen van startup tot gevestigde praktijk, terwijl verouderde, contraproductieve manieren van werken juist worden afgebouwd.

De X-curve van DRIFT - het model dat laat zien hoe een opkomende beweging geleidelijk kracht wint terwijl het oude systeem afbouwt - vormt het theoretische kompas van het project. Concreet vertaalt zich dat in elf samenhangende actielijnen:
  1. Identificeer veranderaars en koplopers
  2. Stel de agenda en creëer urgentie
  3. Bouw nieuwe coalities en netwerken
  4. Initieer en co-creëer experimenten
  5. Help experimenten opschalen
  6. Versterk verbindingen en bouw organisatiestructuren
  7. Daag bestaande structuren uit
  8. Daag bestaande praktijken uit
  9. Daag dominante regimes uit
  10. Verander verouderde praktijken en werkwijzen
  11. Verankerde nieuwe praktijken en paden

Het gaat dus niet alleen om het aanjagen van het nieuwe, maar ook om het bewust afbouwen van wat niet meer werkt.

De vraag aan de zaal

De boodschap was helder: onderzoek is geen neutrale activiteit. Elke studie, elke samenwerking en elk advies draagt bij aan ofwel het opschalen van wat werkt, ofwel het afbouwen van wat niet meer werkt. Gastvrije Transities wil onderzoekers, ondernemers en beleidsmakers bewust positioneren in die keuze zodat versnelling niet bij intenties blijft steken.

Hartman sloot zijn verhaal niet af met een conclusie, maar met een vraag aan de aanwezige onderzoekers: waar in deze beweging past jouw werk? Werk je mee aan het opschalen van veelbelovende experimenten, of houd je onbedoeld verouderde praktijken in stand? Ze mochten letterlijk positie innemen op de X-curve aan de hand van drie vragen:

  • Welke plek op de X-curve past het beste bij jouw onderzoek?
  • Waar op de X-curve zie jij de grootste uitdagingen?
  • Welke plek zou de sector écht verder brengen?

Door die vraag letterlijk uit te laten beelden, liet hij zien waar Gastvrije Transities op mikt: niet alleen onderzoek doen naar transitie, maar onderzoekers, ondernemers en beleidsmakers ook actief positioneren binnen die transitie, zodat versnelling niet bij intenties blijft steken.