Blogs
Organiserend vermogen • 6 min read

Stefan Hartman op WadNext: “Wat als je geen vakantie boekt, maar vraagt of je mag komen?”

Stefan Hartman van het European Tourism Futures Institute (ETFI), onderdeel van NHL Stenden Hogeschool, hield tijdens het WadNext congres op Ameland een pleidooi om het toerismedebat om te draaien. Niet de vraag hoe we de negatieve gevolgen van toerisme beperken staat centraal, maar de vraag hoe bestemmingen, natuur en gemeenschappen daadwerkelijk beter worden van bezoek. “Flipping the perspective”, noemde hij het zelf.

Een uniek moment

Hartman opende met een compliment aan de zaal: hier zit de kennis, hier zitten de beslissers en beleidsmakers bij elkaar. Volgens hem is nu een uniek moment om samen stappen te zetten en in de actiemodus te komen. “We leven in een complexe, mondiale context met ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben maar ons wel direct beïnvloeden.” Zo blijft toerisme wereldwijd groeien en blijkt de sector bijzonder veerkrachtig ondanks disrupties als corona en energiecrises. Onderzoeken van zowel UN Tourism als NBTC wijzen op aanzienlijke groeicijfers, tot en met een verwachte plus van 10% en 2,2 miljoen extra bezoekers voor Friesland.

Maar aan die groei zitten grenzen. Het toenemend aantal protesten tegen toerisme noemde Hartman ‘early warning signals’ die laten zien dat bestemmingen tegen grenzen aanlopen. Tegelijk wees hij op de paradox dat we allemaal zelf toerist én bewoner zijn: we houden van reizen, maar ergeren ons als bewoner net zo goed aan de drukte. “De uitdagingen waarvoor we staan zijn complex en vragen om gezamenlijke verantwoordelijkheid”, stelde hij, maar moest ook constateren dat niemand alleen de regie heeft. “We weten wat er moet gebeuren; nu is het tijd om gezamenlijk sneller en daadkrachtiger te handelen.”

De futures triangle

Om koers te bepalen introduceerde Hartman de futures triangle model dat drie krachten in kaart brengt die de toekomst vormgeven:

  • Pushfactoren: ontwikkelingen die verandering afdwingen zoals groei van het toerisme, klimaatverandering, demografische veranderingen, druk op de arbeidsmarkt, schaarste aan ruimte en veranderend consumentengedrag.
  • Pullfactoren: aantrekkelijke toekomstbeelden die ons vooruit trekken: toerisme in balans, brede welvaart, placemaking, betekenisvolle ervaringen, kwaliteit van de plek en destination stewardship.
  • Beperkingen vanuit het verleden: zaken die het tempo van verandering afremmen: beleidssilo's, institutionele structuren, beperkte organiserende capaciteit en een ontbrekend maatschappelijk draagvlak (social licence to operate).

Vanuit dat model schetste Hartman drie mogelijke toekomstrichtingen: optimaliseren van het huidige systeem, het aanpassen van het systeem, of een fundamentele transformatie hoe we toerisme organiseren.

Van toerisme in balans naar regeneratie

Volgens Hartman bevinden we ons nu vooral in het spoor van ‘toerisme in balans’, gericht op het minimaliseren van negatieve effecten zoals energieverbruik, afval en CO2-uitstoot. Een stap verder is ‘regeneratief toerisme’: niet alleen schade beperken, maar daadwerkelijk waarde toevoegen aan plekken en gemeenschappen.

De meest vergaande richting gaat nog verder: regeneratie van de plek zelf, waarbij niet toerisme maar de plek, de mensen en de maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering en ecosysteemherstel voorop staan. Toerisme is dan geen doel op zich, maar een middel om die opgaven te helpen oplossen.

De slotvragen aan de zaal

Aan het eind van zijn verhaal daagde Hartman de zaal uit om ‘flipping the perspective’ concreet te maken, met een reeks prikkelende vragen:

  • Wat als je geen vakantie boekt, maar vraagt om te mogen komen verblijven? Een bestemming die zelf bepaalt wie welkom is, in plaats van iedereen toelaat die betaalt.
  • Wat ga je consumeren en wat ga je bijdragen? Niet alleen nemen, maar ook geven: aan onderhoud, aan natuurherstel, aan de plek zelf.
  • Hoe gaan we om met kustverdediging en verzilting? Blijven we de zee bevechten of kiezen we voor meebewegen met het water? Gaan we het landschap fundamenteel anders inrichten en hoe zorgen we dat recreatie en toerisme daarin een plek hebben?
  • Moet kwetsbare natuur afgesloten worden? Of moeten we dan werken met zonering of dynamische openingstijden? En wat gaan toeristen bijdragen aan de natuur?
  • Hoe organiseren we het aanbod anders dan via het klassieke bedrijfsmodel? Denk aan steward-owned ondernemingen, waarin eigenaarschap wordt gedeeld met de gemeenschap in plaats van bij één eigenaar.
  • Wat als bezoekers langer blijven in plaats van maar één dag? En wat doet dat met hun band met het gebied?
  • Wat als toerisme structureel meebetaalt aan infrastructuur en natuur?Met voorbeelden als Bhutan (honderd dollar per dag), Palawan (de ‘pristine paradise’ milieuvergoeding) en Griekenland, waar een klimaatbestendigheidsheffing wordt geheven die oploopt naarmate bezoekers langer blijven of in luxere accommodaties verblijven.

Hartman koppelde deze vragen aan concrete voorbeelden van elders, zoals het Palau-initiatief, waarbij bezoekers bij binnenkomst een pledge ondertekenen: een bewuste keuze om het gebied met respect te bezoeken en particuliere eilanden die bezoekers selecteren op gedrag en hen daarvoor belonen.

Iedereen heeft een rol

Hartman ziet juist in Friesland en op de Waddeneilanden een unieke kans om die omslag te maken. Hier zijn kennisinstellingen, overheden, ondernemers en gemeenschappen al intensief met elkaar verbonden. Volgens hem heeft de regio alles in huis om uit te groeien tot een internationaal voorbeeld van duurzame en regeneratieve bestemmingsontwikkeling. Niet door toerisme centraal te stellen, maar door te beginnen bij de kwaliteit van de plek, de leefomgeving en de gemeenschap.

Hartman sloot af met een oproep aan alle partijen in de zaal. De sector moet doorgaan met verduurzamen, maar vooral ook de stap zetten van duurzaamheidsmaatregelen op bedrijfsniveau naar gebiedsbrede samenwerking. DMO's kunnen de omslag naar regeneratief toerisme verder verkennen. Hij verwees daarbij naar de aanstaande lancering van een e-book over regeneratief toerisme in Friesland. Overheden moeten volgens Hartman beleidsdomeinen beter integreren en maken daar gelukkig al stappen in. Aan eenieder in de sector de taak de overheid te prikkelen: “Vier de kleine succesjes maar blijf de overheid uitdagen.” En bewoners moeten hun stem laten horen wanneer het misgaat: “protesten zijn een noodzakelijk feedbackmechanisme.”

Samenvattend

“Als wij het hier niet kunnen, wie dan wel?”, was zijn boodschap aan de zaal. “Door de perspectieven om te draaien - plek en mensen voorop, toerisme als middel - kan de regio zich ontwikkelen tot een van de meest duurzame bestemmingen van Noord-Europa.”

De boodschap waarmee hij de zaal achterliet was dan ook even eenvoudig als uitdagend: blijf niet steken in discussies over toeristische ontwikkeling alleen. Maak van toerisme een instrument voor een betere toekomst van mens, plaats en samenleving. Want juist daar ligt volgens Hartman de volgende stap in de ontwikkeling van bestemmingen.