Blogs
Leefomgeving 6 min read

Denise Auclair - Transport & Environment: Meer toerisme betekent niet automatisch meer welvaart — het wordt tijd voor fundamentele keuzes

Tijdens het European Sustainable Tourism Mobility Forum 2026 bij Breda University of Applied Sciences luidde Denise Auclair, Head of Travel Smart Campaign bij Transport & Environment (T&E), de noodklok. Haar analyse is scherp en weinig geruststellend: de toerismesector groeit nog altijd, maar slaagt er niet in zijn klimaat- en maatschappelijke impact te beteugelen.

“Wat we zien, is dat de emissies in transport in Europa weliswaar beginnen te stabiliseren, maar voor sommige sectoren nog steeds groeien zoals luchtvaart en cruises”, zegt Auclair. “Dat een grote zorg.” Volgens haar is vliegen inmiddels “de snelst groeiende bron van emissies in de EU.”

Vrije tijdsvluchten drijven de groei

Opvallend is het verschil tussen zakelijke en recreatieve mobiliteit. Waar zakelijke vluchten sinds de coronapandemie afnemen, geldt voor leisure travel het tegenovergestelde. “Voor business travel zien we een daling in het aantal vluchten,” legt Auclair uit. “Bedrijven combineren vaker meerdere doelen in één reis of vervangen meetings door digitale alternatieven.” Maar in het vrijetijdssegment is sprake van een inhaalslag: “In Zuid-Europa zien we dat leisure travel met 10 tot 20 procent is toegenomen ten opzichte van 2019. De heropleving van toerisme vertaalt zich direct in meer vluchten en dus meer emissies.”

Een van de oplossingsrichtingen is dat consumenten de werkelijke prijs voor een vliegticket gaan betalen. Grote vraag daarbij is of de consument bereid een hogere prijs voor hun vliegreist te betalen en zo de trein of auto in een betere positie te brengen. Klein lichtpuntje is het Future-Friendly Fund. Daar kunnen reizigers de werkelijke prijs van hun ticket zien en het verschil met de afgerekende prijs in het fonds storten. Het fonds investeert dat geld in de ontwikkeling van duurzame luchtvaart.

Toerisme ondermijnt leefbaarheid

De impact van toerisme gaat echter verder dan alleen het klimaat. Auclair wijst op nieuwe analyses van T&E en de New Economics Foundation die een directe link leggen tussen groei van internationaal toerisme en stijgende woonkosten. “We zien dat de groei in internationaal toerisme samenhangt met stijgende huur- en huizenprijzen,” zegt ze. “In landen als Frankrijk, Spanje en Portugal kunnen die kosten de komende jaren met 150 tot 250 euro per maand stijgen.” Vooral lagere inkomensgroepen worden hierdoor geraakt. “De stijgende woonkosten drukken relatief het zwaarst op huishoudens met een lager inkomen,” benadrukt Auclair. Daarmee raakt toerisme volgens haar aan bredere sociale ongelijkheid. Daarnaast heeft deze ontwikkeling ook gevolgen voor de economie als geheel. “Kapitaal verschuift naar vastgoed in plaats van naar productieve sectoren,” zegt ze. “Dat creëert nog een ander effect: investeringen die meer waarde zouden opleveren, blijven uit.” Volgens de analyse kan dat in landen als Spanje en Italië oplopen tot meer dan één miljard euro per jaar aan gemiste productieve investeringen.

Lage lonen, lage productiviteit

Een ander structureel probleem dat Auclair benoemt, is de kwaliteit van werk in de toerismesector. Ondanks de groei blijven de lonen achter. “In landen met veel internationaal toerisme zien we vaak lage of stagnerende lonen in de hospitalitysector,” zegt ze. “In Ierland liggen de lonen bijvoorbeeld op ongeveer een derde van het nationale gemiddelde, in Griekenland rond de helft.” Dat wijst volgens haar op een economisch model dat sterk leunt op volume in plaats van waarde. “Dat is niet het soort ontwikkeling dat je zou verwachten of willen. Het laat zien dat groei in toerisme niet automatisch leidt tot brede welvaart.”

Minder internationale aankomsten

De conclusie van Auclair is dan ook dat er fundamentele keuzes nodig zijn. Een van haar meest uitgesproken aanbevelingen: rem de groei van internationaal toerisme af. “In regio’s waar toerisme verzadigd raakt, is het verstandig om internationale aankomsten niet verder te laten groeien,” stelt ze. “Dat kan helpen om druk op huisvesting en leefbaarheid te verminderen.” Ze erkent dat dit een gevoelig punt is in een sector die sterk op groei gericht is, maar noemt het onvermijdelijk. “Als we dezelfde weg blijven volgen, nemen de risico’s alleen maar toe.”

Meer trein, meer nabijheid

Als alternatief pleit Auclair voor een verschuiving in mobiliteit en toerismepatronen. “We moeten meer inzetten op regionale en binnenlandse reizen,” zegt ze. “En vooral op vervoer met een lagere uitstoot, zoals trein en – waar passend – efficiënt wegvervoer.” Zo’n verschuiving kan niet alleen emissies verminderen, maar ook bijdragen aan een betere geografische spreiding van toerisme. “Luchtvaart leidt vaak tot concentratie in een beperkt aantal hotspots,” legt ze uit. “Andere vervoersvormen kunnen helpen om toerisme evenwichtiger te verdelen.”

Eerlijke prijzen en betere verdeling

Tot slot benadrukt Auclair dat het economische model van toerisme op de schop moet. Dat betekent: hogere lonen, hogere productiviteit en een eerlijkere verdeling van opbrengsten. “We moeten kijken hoe we de lonen en de productiviteit in de hospitalitysector kunnen verhogen,” zegt ze. “En hoe de waarde van toerisme beter terechtkomt bij lokale en kleinere bedrijven, in plaats van vooral bij grote internationale spelers.” Dat vraagt volgens haar om actief beleid en gerichte keuzes. “Het gaat niet alleen om hoeveel toerisme we hebben, maar ook om hoe de baten en lasten worden verdeeld.”

Fundamentele heroriëntatie

De kern van Auclairs boodschap is helder: duurzaam toerisme is niet te bereiken met alleen technologische oplossingen of efficiencywinst. “We moeten beter begrijpen wat de werkelijke impact is van groei in toerisme,” concludeert ze. “En op basis daarvan keuzes maken die zowel klimaat, economie als samenleving ten goede komen.” Daarmee zet ze de sector voor een fundamentele vraag: niet alleen hoe toerisme groener kan worden, maar ook of het in zijn huidige vorm nog wel houdbaar is.