Blogs
Leefomgeving 6 min read

John Fitzgibbon NECSTouR: Zonder duurzame mobiliteit is er geen toekomst voor toerisme

Tijdens het European Sustainable Tourism Mobility Forum 2026 klonk uit verschillende hoeken dezelfde boodschap: mobiliteit en toerisme zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In een interview gaf John Fitzgibbon, Managing Director van NECSTouR (Network of European Regions for Competitive and Sustainable Tourism), daar een uitgesproken regionale dimensie aan. Zijn analyse: toerisme is een succesverhaal maar juist daarom is een fundamentele omslag noodzakelijk.

Een sector die té succesvol is geworden

Fitzgibbon begint met een ogenschijnlijk positieve constatering. “Toerisme is een enorme economische kracht. Het is goed voor ongeveer 10% van de werkgelegenheid en 10% van het bbp,” benadrukt hij. “Het is echt een succesverhaal.” Maar in diezelfde groei schuilt volgens hem ook het probleem. “De uitdagingen die we vandaag zien zoals overtoerisme in steden zijn in feite symptomen van dat succes.” Daarmee plaatst hij de huidige discussies in perspectief: het gaat niet om falend beleid, maar om een sector die zijn eigen grenzen heeft bereikt. Volgens Fitzgibbon vraagt dat om een andere manier van sturen. “Als we Europa blijven promoten zoals we dat nu doen, dan is marketing alleen niet genoeg. We hebben veel meer ondersteuning nodig op het gebied van governance.”

Marketing alleen is niet genoeg

Dat punt maakt hij expliciet: de klassieke rol van toerismeorganisaties – promotie en marketing – volstaat niet meer. “Marketing om het marketing is niet voldoende,” zegt Fitzgibbon. “We moeten dat ondersteunen met veel sterkere governance.” Daarmee doelt hij op sturing, regulering en strategische keuzes op regionaal niveau.

Mobiliteit als fundament van toerisme

De kern van zijn betoog is helder: zonder mobiliteit geen toerisme – en zonder duurzame mobiliteit geen duurzaam toerisme. “Je kunt het toerismesysteem onmogelijk klimaatneutraal maken zonder een verstandige strategie voor duurzame mobiliteit,” stelt Fitzgibbon. “Het dilemma is dat er simpelweg geen toerisme is zonder mobiliteit.” Hij prijst dan ook de keuze van de Europese Commissie om transport en toerisme in één portefeuille te bundelen. “Dat is volkomen logisch. Die twee horen bij elkaar.”

Toch ziet hij in de praktijk nog te veel scheiding tussen beide domeinen. “Wat we echt nodig hebben, is dat toerismespecialisten en transportspecialisten samen optrekken. We kunnen het ons niet veroorloven om in silo’s te blijven werken.”

Regio’s als sleutel tot verandering

NECSTouR vertegenwoordigt Europese regio’s en ziet juist daar de sleutel voor verandering. Fitzgibbon benadrukt dat regionale kennis essentieel is voor effectief beleid. “Destination management organisations zijn enorm geëvolueerd,” legt hij uit. “Ze houden zich niet meer alleen bezig met promotie, maar ook met onderwerpen als milieu, ondersteuning van mkb-bedrijven en cultureel erfgoed.” Die brede rol maakt hen volgens hem cruciaal in de mobiliteitstransitie. “De kennis en expertise die in regio’s aanwezig is, is onmisbaar bij het ontwerpen van duurzame mobiliteitsstrategieën.” Hij pleit ervoor die kennis structureel te integreren in transportbeleid. “Alleen zo kunnen we bestemmingen toekomstbestendig maken – niet alleen voor vandaag, maar ook op de lange termijn.”

Van visie naar uitvoering

NECSTouR zelf probeert die integratie actief vorm te geven. Fitzgibbon licht toe hoe zijn netwerk werkt aan een gezamenlijke strategie richting 2030. “We hebben samen met onze regio’s een transitiepad ontwikkeld,” zegt hij. “Duurzame mobiliteit staat daarin centraal, ook al wordt het niet altijd expliciet benoemd – het zit verweven in alles wat we doen.” Hij noemt verschillende onderdelen van die aanpak:

  • Governance: samenwerking en beleidscoördinatie tussen regio’s
  • Bestemmingsontwikkeling: spreiding van toerisme en duurzame infrastructuur
  • Bewust marketingbeleid: sturen op gewenste vormen van toerisme
  • Economische transitie: met focus op decarbonisatie
  • Data en innovatie: via het Tourism of Tomorrow Lab

“In al deze onderdelen speelt duurzame mobiliteit een sleutelrol,” aldus Fitzgibbon.

Leren van elkaar

Een belangrijk aspect van NECSTouR is kennisdeling tussen regio’s. “De kracht van ons netwerk zit in samenwerking,” zegt hij. “Regio’s leren van elkaar, wisselen ervaringen uit en ontwikkelen samen oplossingen.” Volgens hem is dat essentieel in een complex en versnipperd beleidsveld. “Toerisme raakt aan zoveel verschillende domeinen – van economie tot milieu en mobiliteit – dat geen enkele regio het alleen kan oplossen.”

Europa moet koploper blijven

Ondanks alle uitdagingen blijft Fitzgibbon optimistisch over de positie van Europa. “Er is geen reden waarom Europa niet de leidende toeristische bestemming ter wereld kan blijven,” stelt hij. Maar dat vraagt wel om aanpassing. “We moeten ervoor zorgen dat onze bestemmingen veerkrachtig en toekomstbestendig zijn. Dat betekent: betere governance, betere samenwerking en vooral een sterke focus op duurzame mobiliteit.”

Conclusie: integratie als sleutel

De boodschap van Fitzgibbon sluit naadloos aan bij de bredere discussies op het forum, maar voegt daar een belangrijk perspectief aan toe: dat van de regio’s. Zijn kernboodschap laat zich eenvoudig samenvatten:

  • Toerisme is economisch cruciaal, maar bereikt grenzen
  • Marketing alleen volstaat niet
  • Mobiliteit is de sleutel tot verduurzaming
  • Regio’s moeten centraal staan in de oplossing

Of zoals hij het zelf krachtig formuleert: “Je kunt toerisme niet verduurzamen zonder mobiliteit. En je kunt mobiliteit niet goed organiseren zonder de kennis van de regio’s.” Daarmee maakt hij duidelijk dat de toekomst van toerisme niet alleen in Brussel of bij vervoerders ligt, maar juist op regionaal niveau vorm moet krijgen.