Voorbij de cijfers: BUas-studenten onderzoeken klimaatrisico's in Montenegro van binnenuit
Vier weken lang wonen, werken en leven op een plek die je niet kent, met mensen die je nog niet kent: voor tweedejaarsstudenten van de Bachelor of Science Tourism is dat al jarenlang de kern van het International Field Project (IFP). Dit jaar voerde de groep dat veldonderzoek uit in Montenegro, gekoppeld aan het CELTH-project Destination RiskScan, dat klimaatrisico’s voor toeristische bestemmingen wereldwijd in kaart brengt. Harald Buijtendijk, docent en onderzoeker bij Breda University of Applied Sciences, vertelt over de aanpak, de ontmoetingen en waarom hij liever niet alles in een stoplichtkleurtje vangt.
Van Zuidoost-Azië naar de Balkan
Het International Field Project is een verplicht onderdeel van de Bachelor of Science Tourism, de joint degree van BUas en Wageningen University & Research. Het vak telt 12 ECTS en draait om zelfstandig onderzoek doen op een plek die qua cultuur, geschiedenis, politiek en economie sterk afwijkt van West-Europa. Tot de coronapandemie deed BUas dat traditioneel in Zuidoost-Azië. “Daar doe ik niks aan af,” zegt Buijtendijk, “maar veel studenten hebben inmiddels al de nodige reiservaring. Het werd een soort: ik ben al op Bali geweest. Tegelijk paste het lastig bij een opleiding waarin duurzaamheid een steeds grotere rol speelt, terwijl je voor zo’n reis ver moet vliegen.”
Na de heropening na corona greep het team het moment aan om het anders aan te pakken. De opdracht die ze van de studenten meekregen:: zorg dat we een cross-cultural learning experience krijgen, dichter bij huis, zonder te vliegen. Via contacten kwam Buijtendijk in contact met een lokale reisorganisatie in Montenegro. Inmiddels is de vierde lichting studenten alweer in het land op veldonderzoek geweest.
Montenegro leent zich daar goed voor: een klein, bergachtig land met een opvallend gevarieerd landschap. “Je hebt er alle landschapstypes die je je kunt voorstellen, en dat allemaal dicht bij elkaar,” zegt Buijtendijk. Kustbestemmingen, een hoofdstad, plattelandsgebieden en bergdorpen liggen er op een paar uur rijden van elkaar – precies de vier geografische bestemmingstypes die ook in Destination RiskScan worden onderscheiden, waardoor ze zich uitstekend laten vergelijken.
Vier regio's, vier perspectieven
De tweedejaarsstudenten verdeelden zich over vier regio’s, elk met een eigen relatie tot toerisme en klimaat:
- Kust – Bar en Ulcinj
- Stad – Podgorica
- Bergen – Kolašin
- Platteland – Andrijevica, Plav en Gusinje
Elke groep van vier tot zes studenten zocht zelf onderdak en legde de eerste contacten. Twee keer per week kwamen twee docenten een uur langs om bij te praten. “Zij bepalen waar ze ons zien. Zij kennen de plek, wij niet,” zegt Buijtendijk. In het veld zijn de studenten zelf verantwoordelijk voor hun project, op basis van een vooraf opgesteldprojectplan.
Het verschil met een excursie of studiereis is volgens Buijtendijk wezenlijk. “Het is niet: je gaat ergens heen, mensen geven presentaties, je neemt een enquête af of bezoekt drie hotels en schrijft daar een verhaaltje over. Dat is het niet. Daarom noemen we het ook expliciet veldwerk, veldonderzoek.”
Cijfers vragen om context
De koppeling met CELTH-project Destination RiskScan gaf het veldwerk een concrete onderzoeksvraag. Dat CELTH-project identificeerde circa 45 kwantitatieve indicatoren waarmee het klimaatrisicoprofiel van toeristische bestemmingen wereldwijd in kaart kan worden gebracht. “Dat klinkt allemaal fantastisch, maar het zijn allemaal scores in getallen,” zegt Buijtendijk. “Hoe kijken mensen in die bestemming zelf naar klimaatrisico’s? Wat vinden ze belangrijk voor hun leven, niet alleen voor zichzelf maar ook voor hun kinderen? En wat betekent dat voor hun werk in het toerisme?”
Die kwalitatieve verdieping vormt een welkome aanvulling op een verder sterk kwantitatief project, en functioneert tegelijk als een heldere opdrachtgever voor de studenten. Buijtendijk is daarbij kritisch op het samenvatten van complexe werkelijkheden in een enkel getal of kleurtje. “Ik ben heel gevoelig voor alle beperkingen van het vatten van complexe realiteiten in een paar cijfertjes. Ik vind het heel mooi dat we straks een stoplichtkaart kunnen maken van bestemmingen die rood, oranje of groen zijn als het om klimaatrisico’s gaat. Maar welke complexe werkelijkheden schuilen daarachter? Hoe beleven mensen klimaatverandering? Met die vragen zijn onze studenten aan de slag gegaan.”
Verhalen die blijven hangen
Voor Buijtendijk zit de eigenlijke waarde van het vak niet in het afvinken van leerdoelen rond crossculturele relaties of onderzoeksmethodologie, hoe belangrijk die ook zijn voor een academische opleiding. “Eigenlijk vragen we ze: ga naar een plek die je totaal niet begrijpt, ga met mensen praten die je niet kent, maak vrienden, bouw relaties, en leg ons uit hoe die plek is geworden wat ze vandaag de dag is, qua samenleving, qua toerisme, , op een manier die academisch verantwoord is.”
“Kom je uit Nederland? O, dan heb je mij gebombardeerd. Mijn buurman is in die oorlog doodgegaan. Maar dat was toen, nu zijn we vrienden. Kom, we gaan een rakija drinken.” Het is een anekdote die Buijtendijk aanhaalt om te laten zien hoe veldwerk verder gaat dan het onderzoeksonderwerp alleen. “Die verhalen hebben vaak helemaal niks met het onderwerp te maken. Maar ook weer alles. En die blijven je bij, voor altijd. Dat vind ik als docent vele malen belangrijker dan een vinkje aantikken van een project.” Een vergelijkbare ervaring deed zich eerder voor tijdens veldwerk in Myanmar, waar studenten naar de rol van ‘de overheid’ vroegen en als antwoord kregen: bedoel je de rebellen, of de centrale regering? “Dan leren ze het verschil kennen tussen een wapenstilstand en vrede. En daar loopt toerisme dwars doorheen.”
Smeltende winters en een oplopende thermometer
Inhoudelijk zagen de studenten in het land ten gevolge van klimaatverandering vooral seizoensverschuivingen. Montenegro had van oudsher een wintersportseizoen, maar door afnemende sneeuwval is wintertoerisme op zijn retour. “Willen ze dat nog vlottrekken, dan wordt er net als in de Alpen al gepraat over kunstmatige sneeuw. De vraag is of dat verstandig is,” Tegelijk vervaagt de grens tussen seizoenen: “De ene dag is het winterseizoen, de volgende dag kun je beginnen met het zomerseizoen,” Aldus Buijtendijk
Aan de kust spelen juist watertekorten en waterkwaliteit een rol, en in hoofdstad Podgorica – door Buijtendijk verhaspeld tot ‘Hot Gorica’ – loopt de temperatuur door de ligging in een kom tussen de bergen snel op. “Als je pech hebt, is het er in mei al 40 graden. Dat hebben we vorig jaar meegemaakt; dit jaar was het weer gelukkig een stuk beter. Het wordt er ook snel warm omdat de stad oorspronkelijk meer gebouwd lijktvoor kou dan voor hitte
Eerste bevindingen voor de minister
Een opvallend moment in het programma was de presentatie van eerste bevindingen bij het Montenegrijnse ministerie van Toerisme, waar de studenten hun voorlopige inzichten rechtstreeks deelden met beleidsmakers, waaronder minister Simonida Kordić. Voor Buijtendijk markeert dat een belangrijk verschil met eerdere edities van het vak: voor het eerst fungeerde niet één lokale opdrachtgever als kapstok, maar het CELTH-project Destination RiskScan zelf. “Daarom ben ik ook heel blij dat Anke Arts, directeur van CELTH, op bezoek is geweest, en dat we samen bij de minister van toerisme konden komen om de tussentijdse bevindingen te presenteren. Dat was een leuke ervaring voor de studenten.” Ook de Universiteit van Montenegro, waarmee BUas via het BSc Tourism programma een Erasmus + samenwerking heeft, was aanwezig,vertegenwoordigd door vice-decaan Ilija Morić van de Faculteit Toerisme.
Een model met toekomst?
Binnen het BSc Tourism programme heeft dit kwalitatieve veldwerkmodel in de vorm van een concreet vak een vaste plek binnen het curriculum. Voor CELTH ziet hij wel kansen om dit veldwerkmodel verder te verankeren in projecten, mits twee voorwaarden vervuld zijn: het moet academische diepgang behouden, en er moet een expliciete koppeling met onderwijs zijn die verder gaat dan een verplichte scriptieopdracht. “Dan zou je dit soort langere, exploratieve, quasi-etnografische studies kunnen meenemen in beoordelingscriteria bij bepaalde thema’s. Niet elk thema leent zich daar even goed voor, maar er zijn genoeg mensen, ook bij andere partnerinstellingen, die daarvoor open staan en de expertise voorhebben.”
Het sluit aan bij iets dat ook bij CELTH steeds explicieter een rol speelt: niet alleen rapporteren, maar daadwerkelijk impact maken. In het gesprek wordt de vergelijking gemaakt met het verschil tussen een statistiek als ‘de zeespiegel stijgt twee centimeter per jaar’ – een getal waar mensen al snel aan voorbijgaan – en het persoonlijke verhaal van iemand die zijn bootje niet meer aan de kade kan leggen omdat die is overstroomd. Dat soort verhalen, zo klinkt het, blijven nu eenmaal beter hangen, en geven precies de inkleuring die cijfers alleen niet kunnen bieden.
Over Destination RiskScan
Destination RiskScan is een initiatief van CELTH, gericht op het ondersteunen van toeristische bestemmingen wereldwijd bij het begrijpen en beheersen van klimaatrisico’s. Het project combineert drie lagen:
- Lokale blootstelling: de overlap tussen klimaatgevaren (hitte, stormen, bosbranden) en toeristische voorzieningen zoals stranden, hotels en infrastructuur
- Nationale context: bredere weerbaarheidsfactoren, zoals economische stabiliteit, bestuur en de afhankelijkheid van toerisme
- Sectorweerbaarheid: het aanpassingsvermogen van de toeristische sector zelf, via diversificatie, innovatie en capaciteit van betrokkenen
Door geospatiale data, nationale indicatoren en kwalitatieve inzichten te combineren, ontwikkelt het project een opensourcemethodologie en een interactief dashboard waarmee bestemmingen hun kwetsbaarheden kunnen identificeren en actie kunnen prioriteren.
Voor Montenegro, waar toerisme circa 30% van het bbp uitmaakt, komt dat onderzoek op een belangrijk moment: het land werkt aan een nieuwe langetermijnstrategie voor toerisme, gericht op duurzaamheid, diversificatie en weerbaarheid.
Met dank aan Harald Buijtendijk voor het interview, en aan Anke Arts (CELTH) voor de aanvullende achtergrondinformatie over het bezoek aan Montenegro.