Duurzaam toerisme vraagt om een fundamentele verschuiving in mobiliteit
Tijdens het European Sustainable Tourism Mobility Forum 2026 bij Breda University of Applied Sciences stond één vraag centraal: hoe kan Europa zijn positie als topbestemming behouden zónder dat mobiliteit de duurzaamheid ondermijnt? In een uitgebreid panel onder leiding van Tatiana Veselova (European Travel Commission) werden de spanningen én kansen scherp blootgelegd.
Niet meer alleen groei, maar impact
Moderator Veselova zette meteen de toon door het dominante narratief in de sector ter discussie te stellen. “Een succesvolle bestemming Europa draait niet langer alleen om groei in aantallen,” stelde ze. “Het gaat om impact, betere spreiding van bezoekers en reizigers die een positieve voetafdruk achterlaten.” Daarbij is mobiliteit volgens haar de cruciale factor. “De vraag is niet alleen hoe toeristen naar Europa komen, maar vooral: hoe bewegen ze zich daarna over het continent? En bieden we aantrekkelijke, duurzame alternatieven voor het vliegtuig?”
Europa wil koppositie behouden
Vanuit de Europese Commissie benadrukte Mona Bjorklund (DG MOVE) dat Europa zijn leidende positie als toeristische bestemming wil vasthouden. “We blijven wereldwijd de belangrijkste bestemming voor internationale reizigers,” zei ze. “Die concurrentiepositie willen we behouden.” Maar dat moet wel anders worden ingevuld. Volgens Bjorklund is de reiservaring zelf onderdeel van het ‘merk Europa’. “Het gaat niet alleen om de bestemming, maar ook om de reis ernaartoe en de mobiliteit binnen Europa. Die ervaring is een integraal onderdeel van onze aantrekkingskracht.” Daarbij moet toerisme ‘sustainable’ zijn met een ‘seamless’ ervaring.
De oplossing ligt volgens Bjorkland in een meer gebalanceerd systeem. “Het gaat niet om het uitspelen van vervoersmodaliteiten tegen elkaar,” aldus Bjorklund. “Luchtvaart blijft essentieel voor lange afstanden, maar voor korte en middellange reizen moet de trein een vanzelfsprekende keuze worden.”
Trein rukt op – maar systeem hapert
Dat er potentie is voor die verschuiving, werd bevestigd door Fabian Schulz-Luckenbach van Deutsche Bahn. “We zien dat de modal shift al gaande is,” stelde hij. “Vorig jaar hadden we een record van 25 miljoen internationale treinreizigers. Dat is bijna 30% meer dan vóór corona.” Volgens hem is de vraag groter dan het aanbod. “De interesse om door Europa te reizen per trein is enorm. Groter zelfs dan wat wij momenteel kunnen aanbieden.” Hij gaf een concreet voorbeeld: “Tussen Parijs en Stuttgart – een traject dat met de trein in minder dan drieënhalf uur is te treinen – zijn inmiddels geen commerciële vluchten meer. Reizigers kiezen simpelweg voor de trein omdat die aantrekkelijker is.”
Toch zijn er nog grote obstakels. Schulz-Luckenbach benoemde ‘de drie I’s’: infrastructuur, interoperabiliteit en intermodale gelijkheid.
- “We missen op veel plekken de hogesnelheidsinfrastructuur.”
- “Treinen kunnen niet zonder aanpassingen door heel Europa rijden door nationale systemen.”
- “En de prijsverschillen worden sterk beïnvloed door regelgeving – vaak in het voordeel van luchtvaart.”
Een illustratief voorbeeld: “Om één treintype in meerdere landen te laten rijden, moeten we voor 200 miljoen euro aan extra aanpassingen doen. Die kosten moeten uiteindelijk worden terugverdiend via tickets.”
Steden onder druk van toeristenstromen
Vanuit stedelijk perspectief schetste Daria Giura (gemeente Rome) een urgent beeld van overtoerisme en mobiliteitsdruk. “Voor ons is toerisme de belangrijkste sector, maar we moeten ook de identiteit van de stad beschermen,” zei ze. De concentratie van bezoekers is daarbij een groot probleem. “Negentig procent van de toeristen blijft in het centrum, slechts vijf procent bezoekt andere delen van de stad.”
Volgens Giura is mobiliteitssturing essentieel. “We willen touringcars niet weren, maar reguleren. Ze moeten buiten het centrum parkeren, waarna toeristen met metro of trein verder reizen. Dat vermindert de druk op de stad.” Regelgeving en digitalisering spelen daarbij een sleutelrol. “We hebben meer Europese afstemming nodig,” benadrukte ze. “En meer slimme systemen om toeristen stromen te beheren.”
Openbaar vervoer als ruggengraat
Françoise Guaspare (European Metropolitan Transport Authorities) maakte duidelijk dat stedelijk en regionaal vervoer de spil vormt van duurzaam toerisme. “Als mobiliteit niet duurzaam is, zal toerisme dat ook nooit zijn,” stelde ze resoluut. Volgens haar ligt de grootste opgave in coördinatie. “Toeristen trekken zich niets aan van bestuurlijke grenzen, maar ons beleid is nog sterk versnipperd.” Ook moet toerisme een vast en erkend onderdeel worden van het mobiliteitsbeleid van een stad of regio.
Ze pleitte voor een veel sterkere rol van stedelijke vervoersautoriteiten. “Wij verbinden langeafstandsmobiliteit met lokale netwerken. Dat gebeurt in multimodale hubs, die niet alleen transportknooppunten zijn, maar ook de toegangspoort tot de stad.” Die hubs moeten volgens haar drastisch verbeteren. “We investeren in betere stations, fietsfaciliteiten en reisinformatie. Maar zonder Europese investeringen in de ‘last mile’ verliest de miljardeninvestering in spoor zijn effect.” Ook ticketing is een pijnpunt. “Het is absurd dat je in elke stad een andere app nodig hebt. Toeristen willen eenvoudig, intuïtief reizen.” De oplossing: “Een Europees, geïntegreerd ticketsysteem waarmee je overal toegang hebt.”
Governance, data en investeringen
Guaspare benadrukte drie structurele uitdagingen:
- Gebrek aan integratie tussen toerisme en mobiliteit
- Te weinig coördinatie tussen betrokken partijen
- Structureel tekort aan investeringen en data
“Zonder data kunnen we toeristenstromen niet effectief sturen,” waarschuwde ze. “Europa kan hier het verschil maken door standaarden en platforms te ontwikkelen.”
Naar een nieuw mobiliteitsmodel
De rode draad in het debat: de huidige manier van reizen en toerisme organiseren is niet houdbaar. Tegelijkertijd zijn er duidelijke oplossingsrichtingen. Volgens Bjorklund werkt de Europese Commissie aan concrete maatregelen: “We investeren in hogesnelheidslijnen, verbeteren boekingssystemen en ontwikkelen instrumenten zoals een emissielabel voor vluchten, zodat reizigers betere keuzes kunnen maken.” Maar de panelleden waren het erover eens dat infrastructuur alleen niet genoeg is. Het gaat ook om keuzes, prijsprikkels en gedragsverandering. Zoals Veselova het samenvatte: “De toekomst van toerisme in Europa hangt af van onze bereidheid om mobiliteit fundamenteel te hervormen. Niet alleen duurzamer, maar ook slimmer en aantrekkelijker.”
Conclusie: systeemverandering nodig
Het panel maakte duidelijk dat de sleutel tot duurzaam toerisme niet ligt in één oplossing, maar in een samenhangende systeemverandering. Minder afhankelijkheid van luchtvaart binnen Europa, een forse uitbreiding van het spoor, betere stedelijke mobiliteit en vooral: veel betere samenwerking. Of, in de woorden van Guaspare: “We moeten mobiliteit niet langer zien als een randvoorwaarde van toerisme, maar als een kernonderdeel ervan.” En precies daar ligt de grootste uitdaging voor Europa.